Wat is cognitie?

Met cognitie bedoelen we functies zoals het geheugen, de concentratie en de aandacht. Tijdens dagelijkse bezigheden, zoals het werk, een studie of het gezinsleven, wordt een beroep gedaan op deze cognitieve vaardigheden. De impact van cognitieve problemen kan hierdoor groot zijn. Ongeveer 43 tot 70% van de mensen met MS krijgt tijdens zijn of haar ziekte te maken met cognitieve problemen.

Wat is cognitie en wat zijn cognitieve functies?

De term cognitie is afgeleid van het Latijnse woord cognoscere, wat ‘kennen’ of ‘weten’ betekent. Cognitie wordt daarom ook wel het ‘denkvermogen’ genoemd. Cognitie is een verzamelnaam voor een groot aantal functies, zoals het leren en onthouden van informatie (geheugen), de verwerking van informatie en het plannen van activiteiten. Hieronder worden de belangrijkste cognitieve functies beschreven.

Snelheid van informatieverwerking
Om goed en adequaat te kunnen functioneren is het belangrijk dat wij de hele dag allerlei prikkels verwerken. Met prikkels bedoelen we alle informatie die we waarnemen met onze zintuigen (o.a. zien, horen). Een voorbeeld hiervan is het beantwoorden van een vraag: de vraag moet gehoord, begrepen en beantwoord worden. Als iemand een vertraagde verwerkingssnelheid heeft, kan het even duren voordat deze vraag verwerkt is en erop gereageerd wordt. Voor de gesprekspartner kan het in eerste instantie lijken dat de vraag niet is gehoord, maar wanneer de gesprekspartner even wacht volgt er vaak een adequaat antwoord. We noemen dit in het Engels ook wel “cognitive slowing”, ofwel cognitief trager worden. Het trager verwerken van binnenkomende informatie.

Geheugen
Het geheugen is het vermogen om informatie op te slaan, te bewaren (onthouden) en later weer op te halen. Het geheugen bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het werkgeheugen en het langetermijngeheugen. Het werkgeheugen is het geheugen
om informatie voor korte tijd op te slaan. De hoeveelheid informatie die tegelijkertijd in het werkgeheugen vastgehouden kan worden is beperkt. In het werkgeheugen wordt bepaald of informatie belangrijk is: onbelangrijke informatie wordt vergeten en belangrijke informatie wordt opgeslagen in het langetermijngeheugen. In het langetermijngeheugen wordt veel verschillende soorten informatie opgeslagen, zoals persoonlijke informatie en algemene kennis. De hoeveelheid informatie die in het langetermijngeheugen kan worden opgeslagen is onbeperkt en de informatie kan voor onbepaalde tijd bewaard worden.

Aandacht en concentratie
Aandacht is het vermogen om informatie gericht te kunnen waarnemen. We onderscheiden verschillende soorten aandacht, waaronder selectieve, volgehouden en verdeelde aandacht. Selectieve aandacht betekent het richten van de aandacht op één ding (bijv. concentreren op een telefoongesprek), terwijl alle andere (onbelangrijke) prikkels (bijv. omgevingsgeluiden) op dat moment worden genegeerd. Volgehouden aandacht betekent het voor langere tijd vasthouden van de aandacht, bijvoorbeeld het letten op de weg tijdens een rustige, lange autorit. Met verdeelde aandacht bedoelen we het vermogen om aandacht te verdelen over verschillende taken tegelijkertijd (zoals het luisteren naar de autoradio, het letten op de weg en het praten met medepassagiers in de auto).

“Executief functioneren”
Executieve functies zijn de uitvoerende functies en worden ook wel gezien als de meest complexe cognitieve functies. Executieve functies zijn verantwoordelijk voor het gecontroleerd uitvoeren en aansturen van ons gedrag. Het is een overkoepelende term waar meerdere denkfuncties onder vallen, zoals: vooruitdenken, plannen, het kunnen schakelen tussen verschillende taken, beheersen van impulsen, het nemen van initiatief en het houden van overzicht. Voorbeelden van situaties waarbij we onze uitvoerende functies gebruiken zijn: het verzinnen van een andere route naar het werk als er wegwerkzaamheden zijn, het organiseren van een verjaardagsfeest of voorbereiden van een maaltijd.

bron VUMC Amsterdam