Hoe kan je je cognitieve functies meten?

Cognitieve functies worden gemeten met een neuropsychologisch onderzoek (NPO). Een NPO bestaat uit een groot aantal tests die de verschillende cognitieve functies in kaart brengen. Zo bestaan er tests om het geheugen, de aandacht, de snelheid van informatieverwerking en de planningsvaardigheden te meten. Meestal duurt een neuropsychologisch onderzoek 1,5 tot 3 uur. Er kan een afwijking in het cognitief functioneren worden vastgesteld wanneer iemand op deze cognitieve tests minder goed presteert dan een normgroep. Een normgroep bestaat uit mensen die vergelijkbaar zijn aan de deelnemer wat betreft bijvoorbeeld leeftijd en opleiding.

Niet bij iedereen die cognitieve problemen ervaart, worden deze problemen objectief vastgesteld met een NPO. Dit betekent niet dat de cognitieve problemen niet bestaan of niet reëel zijn. Er zijn verschillende redenen waarom cognitieve problemen niet altijd terug te zien zijn op de neuropsychologische test scores. Zo is het mogelijk dat de cognitieve problemen subtiel van aard zijn en daardoor (nog) niet door tests te detecteren zijn: het cognitief functioneren is dan nog niet duidelijk minder dan een normgroep. Daarnaast kunnen de ervaren cognitieve problemen beïnvloed of veroorzaakt worden door andere factoren, zoals vermoeidheid, angst of depressieve gevoelens. Zo kunnen mensen die somber zijn meer concentratieproblemen of vergeetachtigheid ervaren en ervaren mensen met MS vaak meer cognitieve klachten op het moment dat ze vermoeid zijn. Ook kunnen mensen die somber of angstig zijn een selectieve aandacht hebben voor geheugenmissers: door extra bewust te zijn van de momenten waarop iets wordt vergeten, kan het lijken dat deze momenten vaker voorkomen dan voorheen, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval hoeft te zijn.

bron VUMC Amsterdam