Het MS woordenboek

In de kamer van de neuroloog schieten de medische termen je om je oren. Daarom hebben wij het grote MS woordenboek gemaakt. Hier krijg je uitleg over afkortingen en vindt je wanneer de term klikbaar is uitgebreide blogs met informatie over het onderwerp. Momenteel breiden we de lijst nog uit, heb je aanvullingen of mis je nog iets? Laat het ons weten!

  • Hersenen

  • Cortex

    hersenschors.

  • De frontale kwab

    Het gedeelte ligt aan de voorkant van de hersenen, en is daarbij het grootste gedeelte van de hersenen qua inhoud. De belangrijkste functies die hieruit geregeld worden zijn: spraak, gedrag, bewegen, beoordelingsvermogen, probleemoplossing, planning en impulsbeheersing. Dit zorgt ervoor dat de frontale kwab onmisbaar is in het leven.

  • De grote hersenen

    De grote hersenen bestaan uit twee delen die de linker en rechter hemisfeer worden genoemd. Zij verwerken signalen die worden ontvangen en reguleren vrijwillige bewegingen. Daarnaast zijn de grote hersenen de plek waar cognitieve (kennis) en emotionele (gevoel) processen verwerkt worden. De grote hersenen worden ook wel het Cerebrum genoemd.

  • De hersenen

    De hersenen worden onderverdeeld in grote hersenen, kleine hersenen en hersenstam.

  • de hersenschors

    De hersenschors heeft een belangrijke functie binnen de hersenen. Hierin wordt namelijk de informatie verwerkt dat uit de rest van de hersenen komt. Zo komt hier de informatie van de ogen binnen en komen hier de smaken en geuren binnen die van de neus komen. De hersenschors zorgt er dus in feite voor dat alle informatie wordt omgezet tot bruikbare beelden. De schors bestaat uit meerdere gebieden:

  • De kleine hersenen

    De kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor de controle van willekeurige bewegingen. Bewegingen worden gestart in de grote hersenen, de kleine hersenen sturen deze beweging. Als er schade is aan de kleine hersenen, kan dit leiden tot schokkerige bewegingen en evenwichtsproblemen. De kleine hersenen worden ook wel het Cerebellum genoemd.

  • De occipitale kwab

    Dit is het visuele schors. Hierin wordt informatie van de hersenen verwerkt tot beelden.

  • De pariëtale kwab.

    In dit gedeelte wordt de informatie van de spieren verwerkt, waardoor er bewegingen ontstaan. Verder wordt er hier ook gezorgd voor het ruimtelijk denken en de gegevens van de zintuigen.

  • De temporale kwab

    Dit is het gedeelte boven de oren. Hierin worden voornamelijk functies als verbaal geheugen, spraak en het gehoor geregeld. Verder ligt hier het centrum van Wernicke, waarin de taal wordt verwerkt.

  • Hersenstam

    De hersenstam is verantwoordelijk voor belangrijke levensfuncties als hartslag, ademhaling, bloeddruk en temperatuur. Schade aan de hersenstam is dan ook levensbedreigend. Als de hersenstam niet meer functioneert, maar de grote en kleine hersenen nog wel, wordt iemand hersendood genoemd. Bij toestanden zoals coma en bewusteloosheid, functioneert de hersenstam nog wel.

  • Hersenzenuwen

    Perifere zenuwen (zenuwen buiten het CZS) die sensorische, motorische en parasympathische signalen doorgeven naar de hals en het gelaat. Het gaat om een groep van twaalf zenuwen waaronder de nervus opticus (gezichtszenuw) en de nervus trigeminus (drielingzenuw). De evaluatie van de werking van de hersenzenuwen behoort standaard tot een neurologisch onderzoek.

  • Het ruggenmerg

    Het ruggenmerg is als een buis met daarin zenuwen die vanuit de hersenen in de wervelkolom afdalen. Niet alle zenuwen die ontstaan in de hersenen, gaan het ruggenmerg in. De zogenoemde hersenzenuwen, gaan rechtstreeks naar gebieden in het hoofd en de nek.

  • Medicijnen

  • Corticosteroïden

    bijnierschorshormonen; natuurlijke of synthetische hormonen die een ontstekingswerende en immunosuppressieve rol spelen in de behandeling van opflakkeringen bij MS. Bij ernstige klachten kan een kuur met ontstekingsremmende medicijnen (corticosteroïden) worden gegeven. Lees hier meer over middelen bij een schub.

  • eerstelijns medicatie

    Eerstelijns medicijnen mogen als eerste gegeven worden bij MS. Bij patiënten, die ondanks deze middelen veel aanvallen houden en/of snel verslechteren mogen er tweedelijns medicatie voorgeschreven worden. Onder de eerstelijns middelen vallen: Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif (interferon-bèta), Copaxone, Glatirameeracetaat Mylan (glatirameeracetaat), Aubagio (teriflunomide) en Tecfidera (dimethylfumaraat). Lees hier meer over de eerstelijns medicatie.

  • HSCT

    aHSCT (ook wel HSCT genoemd) staat voor autologe Hematopoietische Stamceltransplantatie. Bij deze behandeling worden stamcellen gebruikt die aanwezig zijn in het beenmerg en in het bloed, zogenaamde hematopoietische cellen. Autoloog betekent dat de stamcellen van de persoon zelf worden gebruikt. Het doel van de HSCT-behandeling is het afweersysteem ‘resetten’ zodat ontstekingscellen niet langer de hersenen en het beenmerg aanvallen, zoals het geval is bij mensen met een actieve vorm van MS. Lees hier meer over HSCT.

  • Methylprednisolon

    Bij ernstige klachten kan een kuur met ontstekingsremmende medicijnen (corticosteroïden) worden gegeven. Een voorbeeld hiervan is Methylprednison, ook wel prednison genoemd. Een kuur bestaat vaak uit 3 dagen 1000mg per dag of 5 dagen 500mg. Lees hier meer over middelen bij een schub.

  • tweedelijns medicatie

    Artsen schrijven medicijnen uit de tweede lijn voor aan patiënten die geen baat hebben bij medicijnen uit de eerste lijn. Om in aanmerking te komen voor deze tweede- lijnstherapie moet de patiënt aan een aantal criteria voldoen. De tweede-lijnsmedicatie is met name bedoeld voor patiënten met een hele actieve RRMS. Onder tweedelijnsmedicatie vallen: Gilenya (fingolimod), Tysabri (natalizumab) Lemtrada (alemtuzumab), Ocrevus (ocrelizumab) en Mavenclad (cladribine). Lees hier meer informatie over alle tweedelijns medicatie. 

  • Medische termen in je dossier

  • Anamnese

    Voorgeschiedenis van een ziekte; hetgeen een patiënt bij een onderzoek zich kan herinneren over het ontstaan van de ziekte.

  • Contractie

    samentrekkig van spieren die resulteert in de beweging van een gewricht.

  • Hemiparalyse

    Verlamming van een lichaamshelft

  • Hemiplegie

    Verlamming aan één zijde van het lichaam.

  • Immuunsysteem

    Het afweersysteem van het lichaam, dat het lichaam beschermt tegen infectie met bacteriën, virussen of schimmels.

  • Laesie

    Een aangedaan gebied. In MS betekent dit een gebied waarin de myeline is verminderd of verdwenen en waar vaak een litteken is ontstaan.

  • Liquor

    Hersenvocht. Dit bevindt zich tussen de wervels en om de hersenen. Door analyse van vooral eiwitten in de liquor kunnen aanwijzingen worden gevonden voor MS. Liquor wordt door middel van een lumbaalpunctie afgetapt. Lees hier meer over hoe dit in zijn werk gaat.

  • Parese

    Onvolledige verlamming; zwakte van de beweging

  • Plaque

    Demyelinisatiehaard bij MS.

  • Prognose

    Voorspelling omtrent het verdere verloop van een ziekte.

  • Progressie

    De snelheid waarmee de ziekteverschijnselen in dit geval MS toenemen.

  • Remissie

    Periode van afname van klachten en/of herstel bij de relapsing remitting vorm van MS.

  • Schub

    Een plotselinge verergering van MS. Andere woorden met dezelfde betekenis: exacerbatie, opflakkering, opstoot, relaps. Komt voor bij RRMS.

  • MRI

  • Black hole

    hypointensive lesion = minder aankleurend bij T1- metingen (met contrast). Duidt op axonschade.

  • Grijze stof

    De gebieden in de hersenen die met zenuwcellen gevuld zijn. Deze gebieden zien er grijs uit als je de hersenen doorsnijdt en bekijkt.

  • T1 en T2

    Termen gebruikt om de meettechniek bij een Magnetic Resonance Image (MRI) aan te geven. Bij het meten van de mate waarin kernen van atomen ‘resoneren’ onder invloed van een magnetisch veld kan de onderzoeker meten hoelang de ‘spin’ (een tolbeweging dus) in de richting van het veld aanhoudt na een impuls (Tijd 1 – vaak toegepast met contrast om nieuwe laesies te ontdekken) en de onderzoeker kan dat meten loodrecht op het veld (Tijd 2). Beide meetmethodes hebben hun voordelen en geven ieder een verschillend beeld.

  • Witte stof

    Deel van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) waar de uitlopers van de zenuwcellen, de zenuwvezels, zijn gelegen.

  • MS

  • Centrale zenuwstelsel

    Het centrale zenuwstelsel (CZS) bestaat uit de hersenen en ruggenmerg. Dit deel van ons zenuwstelsel wordt beschermd door de schedel en botten van de wervelkolom. Het centrale zenuwstelsel is het controlesysteem van het lichaam. De beschadigingen die MS aanricht vinden plaats in het CZS. Het centrale zenuwstelsel heeft 3 functies: ontvangen, verwerken en aansturen. 1) Ontvangen: het is het ontvangstcentrum van alle informatie die door de zintuigenover onze omgeving en het eigen lichaam doorgegeven wordt. 2) Verwerken: het verwerkt de ontvangen informatie, dit samen met al eerder opgeslagen gegevens. Voornamelijk gegevens die opgeslagen liggen in het geheugen. 3) Aansturen: het stuurt spieren en organen in het lichaam aan na verwerking van informatie.

  • CIS

    Deze afkorting komt van de Engelse term ‘Clinically Isolated Syndrome’. Bij dit syndroom heeft er één aanval plaatsgevonden, waarbij is vastgesteld dat op één of meerdere plekken in je centraal zenuwstelsel de myeline en/of zenuwbanen zijn aangedaan. Het is mogelijk dat het bij deze eenmalige aanval blijft. Het kan ook zich ontwikkelen tot MS.

  • McDonaldcriteria

    Diagnostische criteria die gebruikt worden voor de diagnose van multiple sclerose (MS). Door de jaren heen is de criteria meerdere keren aangescherpt. De belangrijkste wijzigingen zijn erop gericht om mensen met een voorstadium van MS (CIS) sneller aan een juiste diagnose te helpen. Lees hier meer over de McDonaldcriteria.

  • MS

    Multiple sclerose (MS) is een ziekte van het centrale zenuwstelsel.  Lees hier meer over de ziekte en klachten.

  • PPMS

    primair progressieve MS

    De primair-progressieve vorm van MS is een ernstige vorm van multiple sclerose en komt bij ongeveer 10% van mensen met MS voor. Deze vorm wordt gekenmerkt door een geleidelijke toename van de symptomen. Anders dan bij andere vormen van MS is er hierbij geen sprake van perioden van aanval of herstelmomenten. Door de toenemende symptomen en klachten, kun je met deze vorm van MS steeds meer beperkingen ervaren.

  • PRMS

    Primair Relapsing MS Deze ernstige vorm van MS is een combinatie van relapsing-remitting MS en progressieve MS. Bij deze groep nemen de klachten met de loop der tijd toe. Geleidelijke achteruitgang wordt gecombineerd met acute aanvallen. Deze vorm van MS komt het minst voor: minder dan 5% van de MS-populatie heeft deze vorm.

  • RRMS

    Relaping-remitting MS RRMS komt bij ongeveer 40% van alle mensen met multiple sclerose voor. Bij deze vorm van MS zijn er periodes met terugvallen en herstelperioden, waarbij nieuwe symptomen verschijnen en bestaande symptomen kunnen verergeren. De klachten tijdens de aanvallen worden veroorzaakt door aantasting van myeline door het immuunsysteem. Een aanval duurt een aantal dagen tot weken. Daarna volgt een periode van herstel, waarbij de beschadigde myeline (beschermend eiwitlaagje rondom de zenuwen) zich herstelt. Tijdens de herstelperiode hebben mensen weinig of geen klachten. De ernst van de terugvallen, de periode tussen twee aanvallen en het herstel van myeline kan per persoon heel verschillend zijn. Relapsing-remitting MS kan bij de meeste mensen na verloop van tijd overgaan in secundair-progressieve MS. Het is niet te voorspellen of relapsing-remitting MS overgaat in de secundair-progressieve vorm van MS en hoe lang het duurt. Dit is afhankelijk van diverse factoren en verschilt per persoon.

  • SPMS

    Secundair-progressieve MS SPMS komt bij ongeveer 40% van mensen met multiple sclerose voor. Deze vorm van MS wordt gekenmerkt door toenemende ontstekingsaanvallen, waarbij geen volledig herstel plaatsvindt. De klachten en symptomen blijven aanhouden en er kunnen ook nieuwe klachten bijkomen.

  • Ziekte van Devic

    wordt ook wel neuromyelitis optica genoemd. NMO oftewel neuromyelitis optica is een auto-immuunziekte waarbij ontstekingen voorkomen in het centrale zenuwstelsel. Deze ontstekingen ontstaan met name in de oogzenuw en in het ruggenmerg. Hoewel de klachten overeen komen is het verloop en de behandeling anders dan bij MS. Lees hier meer over de ziekte van Devic.

  • Onderzoeken

  • 6MWT

    6 Minute Walk Test (6MWT)

    Een looptest die het uithoudingsvermogen en de kracht meet. Dat gebeurt door te bepalen hoe ver je in zes minuten kunt lopen op een vlakke ondergrond over een parcours van 30 meter, heen en terug over de gang. In totaal dus 60 meter. Je mag langzamer gaan lopen of even tegen de muur leunend uitrusten. Maar zodra je weer kunt, moet je verder. Na zes minuten mag je stoppen en wordt de afgelegde afstand gemeten.

  • EDSS

    Expanded Disability Status Scale of EDSS

    Een test die het algeheel vermogen meet en kent daaraan een numerieke score toe. Een score van 1 betekent bijvoorbeeld geen invaliditeit. Bij een score van 6 is hulp nodig van een hulpmiddel als een wandelstok. Een score van 9 betekent dat iemand bedlegerig is. Lees hier meer over de EDSS.

  • JCV test

    Om te controleren of je het JCV virus bij je draagt, wordt er bloed afgenomen voor een test om antilichamen tegen het virus aan te tonen. Deze test vindt plaats voorafgaand en tijdens de behandeling met medicatie. Vervolgens herhaalt je behandelend arts de test iedere zes maanden. Lees meer over de JCV test in deze blog.

  • Lumbaalpunctie

    ook wel een ruggenprik genoemd. Bij dit onderzoek wordt er hersenvocht (liquor) uit de rug gehaald om te onderzoeken. Lees hier meer over hoe een lumbaalpunctie in zijn werk gaat.

  • MRI scan

    Met deze techniek kunnen de hersenen en het ruggenmerg in verschillende richtingen worden bekeken. Bij MRI-scan wordt gekeken of er witte vlekken (ontstekingen en/of littekens) zijn, op welke plaatsen ze zitten en of ze bij MS passen.

  • MSWS-12

    Multiple Sclerosis Walking Scale of MSWS-12

    Een test die het loopvermogen meet. Je vult een vragenlijst (twaalf vragen) in over MS en over hoe het lopen in de afgelopen twee weken is gegaan. Het zijn vragen als ‘In hoeverre heeft uw MS de afgelopen twee weken de afstand die u kunt lopen beperkt?’ Hierop kun je antwoorden geven van ‘Helemaal niet’ tot en met ‘Bijzonder veel’. De totaalscore is maximaal 60. Hoe hoger de score, des te groter de gevolgen van MS op je loopvermogen.

  • NAbs

    NAbs is de Engelse afkorting voor neutraliserende antilichamen. Neutraliserende antilichamen zijn stofjes die je eigen lichaam kan aanmaken en die de werking van interferonβ (Avonex, Betaferon, Rebif), kunnen blokkeren. Lees hier meer over NAbs.

  • Somato Sensory Evoked Potential (SSEP)

    Somato Sensory Evoked Potential (SSEP) Dit is een onderzoek om signalen van de gevoelszenuwen in de handen en voeten naar de hersenen te meten. Je ligt tijdens dit onderzoek op een bed. Door de laborant(e) worden enkele elektroden (kleine metalen plaatjes) op verschillende plaatsen op de huid van je hoofd en/ of lichaam geplakt. Daarna wordt er op de huid van arm en/ of been een reeks kleine stroompjes toegediend. Deze zijn ongevaarlijk maar kunnen soms wat onprettig aanvoelen. De elektroden vangen de reacties van de zenuwen, ruggenmerg en hersenen op en geven deze door aan de computer voor verdere verwerking. Hierbij meten ze de reacties van het zenuwstelsel in armen en benen, ruggenmerg en hersenen.

  • SSST

    Six Spot Step Test of SSST

    Een test voor het beoordelen van coördinatie en evenwicht. Op de vloer wordt een rechthoek gemaakt van één bij vijf meter, waarin zes cirkels worden getekend. De eerste cirkel is het startpunt; in de tweede tot en met de zesde cirkel staat een cilindervormig blok. De opdracht is: loop zo snel mogelijk van het ene naar het andere eind terwijl je de blokken uit de cirkels schopt. De arts neemt op hoe lang je hierover doet.

  • T25FW

    Timed 25 Foot Walk of T25FW

    Een test die de loopsnelheid meet over een parcours van 25 feet, dit is 7,62 meter. De opdracht luidt: loop de afstand zo snel mogelijk, maar doe het veilig en in een regelmatig tempo. Je mag een wandelstok gebruiken en zo nodig even pauzeren, maar je mag daarbij niet tegen de muur leunen. De arts meet bij de finish de tijd. De tweede opdracht is de afstand nogmaals te lopen, maar nu in tegenovergestelde richting.

  • TUG Test

    Timed Up and Go Test of TUG Test

    Een test die je mobiliteit beoordeelt. De arts zet een stoel met rechte leuning klaar en trekt op drie meter afstand daarvan een lijn. De startpositie voor de patiënt is zittend op de stoel, met de rug tegen de rugleuning. De opdracht is: als de arts ‘start’ zegt, opstaan en naar de lijn lopen. Vervolgens omkeren en teruglopen naar de stoel en weer gaan zitten met de rug tegen de rugleuning. De arts neemt de tijd op die je nodig had vanaf het ‘startsignaal’ tot het moment waarop je weer in de stoel zit.

  • Visual Evoked Potential (VEP)

    Het doel van een VEP (de afkorting betekent Visual Evoked Potential) is het meten van de reactie van de hersenen op een visuele prikkel (visueel betekent: iets wat u kunt zien). Hiermee krijgen we informatie over de werking van het netvlies in het oog, de oogzenuw en de verbindingen hiervan met de hersenen. Een VEP kan bijvoorbeeld worden aangevraagd bij een achteruitgang van het gezichtsvermogen.

  • Symptomen

  • Afasie

    Afasie is een taalstoornis die zich uitstrekt over de gebieden spreken, taalbegrip, lezen en schrijven. Het uit zich bij iedereen anders. De soort en ernst van de afasie hangt af van de plaats en ernst van de hersenbeschadiging.

  • Agnosie

    niet kunnen herkennen van voorwerpen

  • Ataxie

    coordinatiestoornis

  • Constipatie

    of obstipatie, in de spreektaal ook wel verstopping genoemd, is de medische term voor een vertraagde of moeizame stoelgang.

  • Diplopie

    dubbelzicht; gelijktijdige waarneming van twee beelden van hetzelfde object, het gevolg van een falen van gecoördineerde samenwerking tussen beide ogen. Het afdekken van één van beide ogen zal het dubbelzicht doen verdwijnen.

  • dysartrie

    onvermogen tot correcte uitspraak door stoornis in de articulatie

  • Fenomeen van Uhthoff

    Het fenomeen van Uhthoff is het verergeren van de neurologisch symptomen van multiple sclerose door een verhoogde lichaamstemperatuur die veroorzaakt wordt door lichamelijke inspanning, warm weer of een warm bad.

  • Incontinentie

    Bij urine-incontinentie kun je je plas niet ophouden of je verliest ongewild urine.

  • MS hug

    De MS hug dankt zijn naam aan de manier waarop de pijn, tinteling of druk zich rond het bovenlichaam wikkelt. Een MS-hug treedt op omdat berichten van zenuwen worden geblokkeerd of verstoord door de schade veroorzaakt door MS . Het gevoel van beklemming rond je borst kan te wijten zijn aan spasmen in de kleine spieren tussen uw ribben (de intercostale spieren) die helpen bij het uitzetten van uw borst tijdens het ademen.De symptomen, waaronder pijn, steken, kruipen of spelden en naalden, worden geclassificeerd als een soort zenuwpijn bekend als dysesthesie (wat betekent “niet normaal gevoel”). Lees hier meer over de MS hug.

  • Myasthenie

    betekent ‘spiervermoeidheid’, het gaat om spiervermoeidheid die vrij sterk wisselt, vooral na inspanning optreedt en verbetert na korte rust.

  • Myelitis

    Ruggenmergontsteking, kan soms leiden tot dwarslesie (myelitis transversa)

  • Myotonie

    is een neurologisch symptoom waarbij een langdurige aanspanning van de spier ontstaat.

  • Parafasie

    verwisseling van woorden, onvolledige vorm van afasie

  • Parese

    Onvolledige verlamming; zwakte van de beweging

  • PML

    PML: progressieve multifocale encephalopathy. Een infectie met het JC virus kan in zeldzame gevallen de ziekte PML veroorzaken. Dit is een demyeliniserende aandoening van het centrale zenuwstelsel d.w.z. dat de ziekte PML de myeline, die de zenuwcellen beschermt, verwoest. In veel gevallen is PML een gevolg van het gebruik van medicijnen die het immuunsysteem aantasten. Dit zijn bijvoorbeeld medicijnen zoals Tysabri, Gilenya, Ocrevus of Lemtrada die voor MS worden voorgeschreven. Lees hier meer over de JCV test die je voorafgaand van deze middelen krijgt om te beoordelen of je het JC virus bij je draagt.

  • teken van Lhermitte

    of symptoom van Lhermitte is een elektrische gewaarwording die vanuit de nek langs de wervelkolom en de ledematen gevoeld wordt tot in de handen en voeten. Bij veel MS patiënten wordt het opgewekt door het hoofd voorover te buigen.

  • Tremor

    stuurloosheid van beweging

  • Zenuwen

  • autonome zenuwstelsel

    Het autonome zenuwstelsel controleert en coördineert alle automatische functies van je lichaam, bijvoorbeeld hartslag, spijsvertering en ademhaling. Daarnaast zorgt het voor de communicatie tussen de hersenen en de organen. Het bestaat uit autonome zenuwen.

  • Axon

    Een axon of zenuwvezel is een uitloper van een neuron die elektrische impulsen geleidt. Bij mensen zijn axonen omgeven door myeline; een vettige stof die de axonen beschermt en tegelijk zorgt dat de elektrische impuls sneller kan worden doorgegeven.

  • Demyelinisatie

    het verdwijnen van de myelineschede om een zenuwvezel. De aantasting van myeline, wat ‘demyelinisatie’ wordt genoemd, begint al voordat de eerste symptomen zich voordoen.

  • Het perifere zenuwstelsel

    Het perifere zenuwstelsel bestaat uit 2 delen:

  • Myeline

    Een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult.  Myeline heeft twee functies: het helpt bij het snel en soepel vervoeren van boodschappen via de zenuwbanen en het beschermt de zenuwbanen. Bij MS tasten beschadiging van de myeline en ontstekingen de boodschappen aan die langs de zenuwbanen vervoerd worden. Daardoor komen de boodschappen trager of vervormd over, of helemaal niet en dat resulteert in veel symptomen die voorkomen tijdens een terugval van MS.

  • Neuron

    Neuronen zijn de fundamentele cellen van het zenuwstelsel. Deze zenuwcellen zorgen voor het ontvangen en verzenden van zenuwprikkels en vormen samen lange vezels. Ze bestaan uit een cellichaam, waarin de nucleus (kern) ligt en één of meer neurieten en dendrieten die aan dit cellichaam ontspringen.

  • Piramidale banen

    Zenuwbanen in de hersenen en het ruggenmerg die de hersenzenuwcellen verbinden met de motorische cellen. Beschadiging van deze piramidale banen kan verlamming veroorzaken.

  • somatisch zenuwstelsel

    Het somatisch zenuwstelsel bestaat uit 2 groepen zenuwen:

    • Sensibele zenuwen: die geven signalen van zintuigen naar de hersenen. Hierdoor kun je bijvoorbeeld pijn, warmte en kou voelen.
    • Motorische zenuwen: die brengen de signalen van hersenen naar spieren. Dit kunnen spieren in je benen zijn, maar ook de spieren in bijvoorbeeld de darmwand zodat die kan samentrekken.

  • Zenuwcel

    Zenuwcellen zijn de informatie- en signaalverwerkers van het lichaam. Een specifiek kenmerk van zenuwcellen is dat ze prikkelbaar zijn; ze kunnen signalen ontvangen en doorgeven zonder verlies van signaalsterkte.

  • Zenuwstelsel

    Het zenuwstelsel bestaat uit een centraal zenuwstelsel en een perifeer zenuwstelsel. De hersenen en het ruggenmerg horen bij het centrale zenuwstelsel. Vanuit het centrale zenuwstelsel lopen zenuwen door de rest van het lichaam. Die zenuwen horen bij het perifere zenuwstelsel.

  • Dit woordenboek is tot stand gekomen door middel van research en informatie van o.a. MSweb, neurologen en MS verpleegkundigen.